Ik improviseer maar niet zonder eerst te organiseren. Ik zet contouren op om daar de compositie aan op te hangen. Een soort raster waar ik vervolgens weer uit ontsnap. Omdat ik met olieverf op linnen – laag voor laag – werk, dwingt ’t materiaal mij tot pauzes en dat geeft gelegenheid tot steeds opnieuw afstand nemen en kijken.
De kern is verder schilderen dan ’t hoofd kan bedenken; eigenlijk ‘je verstand te buiten schilderen’.
Het is uiteindelijk het gevoel dat een akkoord geeft. Het moment dat het werk als geaard en waarachtig voelt.